De sneeuwscooter bromt zacht onder je. Je rijdt vanuit Longyearbyen Adventdalen in. De kou trekt langs je jas, je ogen prikken in de wind. De route gaat richting Templefjorden. Als het ijs sterk genoeg is, rijd je tot aan de voet van de gletsjer. Als het niet veilig is, verandert de route. Het landschap blijft hetzelfde: ruig, stil, onaangetast. Elke meter voelt als een stap verder van de wereld die je kent. Onderweg stop je meerdere keren. Je zet de motor uit en de stilte valt als sneeuw op je neer. De lucht is helder, het licht scherp. In de verte rijst Templet op, een grillige berg met de vorm van een oud gebouw. Het licht breekt over het ijs en kleurt smaragdgroen. Je kijkt. Zegt niets. Sommige uitzichten schreeuwen niet. Die fluisteren. En die vergeet je niet.
’s Ochtends ben je opgehaald bij je accommodatie. Bij het basiskamp trek je warme lagen aan: helm, balaclava, wanten, laarzen. Alles zit strak. De uitleg is kort, maar duidelijk. Daarna begint het. Je rijdt, wisselt, stopt, kijkt. In de middag zoek je een beschutte plek. Warme lunch, koude vingers. Een paar uur op pad, maar je hoofd zit vol dagen. Dit is geen tocht. Dit is Spitsbergen. Dit wil ik doen!














